person_outline

    Bassisme-interviews #8: De solist danst over het ritme

    Hoe zit het met de bassist in uzelf? In het directieteam?

    Hoe zit het met de bassist in uzelf? In het directieteam?

    Gulian van Maanen, organisatie-adviseur en Violet Falkenburg, journalist en trainer, spraken met zestien Bassisten, van raad van bestuur- tot teamleidersniveau. Violet Falkenburg: ‘Wij trekken de parallel tussen de rol van de bassist in een orkest en de verbindende leider in een organisatie. Bassisten verbinden, ondersteunen en geven richting. Daarmee zijn ze onmisbaar in bedrijf, organisatie of instelling. Wij noemen die basishouding Bassisme.’ Van Maanen: ‘De onderlinge samenwerking in een directie floreert als er aandacht is voor de bassisten in het team. Als de bassisten aan het woord komen, wordt er beter gepresteerd. Wij pleiten voor meer mensen met bassistische kwaliteit in de leiding omdat zij als geen ander in staat zijn de collectieve wijsheid in een organisatie aan te boren. Daarom organiseren wij leiderschapstrajecten en geven we workshops, ondersteund door de ritmesectie van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Zie www.bassisme-blog.nl

    Frans van Geest, Bassist en medeoprichter Jazz Orchestra of the Concertgebouw:

    Frans van Geest > Bassisme-interviews #8: De solist danst ove... | Leiderschap‘Als ik speel moet ik mensen aan het dansen krijgen, zó moet het ritme swingen. En natuurlijk moet ik harmonisch de goede noten spelen, want als ik dat niet doe, raakt iedereen in de war. Ik moet ervoor zorgen dat de solist altijd kan horen waar we zitten in een nummer, zeker wanneer er geen harmonie-instrument in de groep is. Ik moet houvast geven, zowel harmonisch als ritmisch. De solist danst over het ritme.

    Samen met de drummer vormt de bassist een stabiele basis voor de solist, het ensemble of de Big Band. Of het nou Latin, Funk, Rock of Pop is. In de jazz moet je als bassist die goede basis ook neer kunnen zetten zonder drummer. Daarnaast moet je zelf ook goed zijn als solist en je thuis voelen in verschillende ritmes en stijlen. Dat maakt goed basspelen niet eenvoudig, maar je kan het leren.
    Je hoort de bassist pas wanneer hij er niet is. Dat komt door de lage tonen, je moet gedifferentieerd leren luisteren; in het begin hoorde ik de gelaagdheid ook minder goed. Vroeger had ik een ander idee over wat een bassist zou moeten kunnen. Toen ging het me vooral over timing, over de groove.

    Repertoirekennis is noodzakelijk,’ zegt Frans, ‘en heel belangrijk zijn sterk ontwikkelde oren. Het gaat erom dat je voorvoelt, ‘voorhoort’ welke weg een solist inslaat zodat je die kunt volgen. Ik heb die manier van horen bij mezelf ontwikkeld en geef op het conservatorium in het vak Solfège en Praktische Solfège een training om analytisch te leren horen. Dat vind ik onwijs leuk, ik doe dat een aantal uren per week.’

    Vioolles

    Als kind begint Frans met vioolles. Hij blijkt talent te hebben. ‘Ik kon alle liedjes die ik hoorde meteen naspelen op mijn viool, daar was ik wel handig in. Op mijn vijftiende heb ik de basgitaar opgepakt en ben via allerlei bandjes op het conservatorium in Hilversum terecht gekomen. De ritmische kant heb ik dus veel later ontwikkeld dan de harmonische en melodische.’
    Pas op zijn twintigste stapt hij over op de contrabas. Door Gerry Arling, basleraar in Groningen, raakt hij geïnspireerd om door te gaan naar het conservatorium. ‘Dat was niet makkelijk; in het begin had ik moeite met muziektheorie.
    Tijdens mijn opleiding op het conservatorium speelde ik al in veel groepen en mocht ik mijn leraar af en toe vervangen in het Metropole Orkest.
    Ook werd ik in een van de bekendste Nederlandse jazz groepen, The Swingmates, gevraagd, waar Henk Meutgeert en Cor Bakker piano speelden.

    Nadat ik Henk had gemotiveerd om weer een big band te starten, heb ik de juiste mensen bij elkaar gebeld. Het was 1996 en het begin van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Bij de start hielp ik Henk met alles, ook met allerlei “lullige” klusjes, ik deed alles om maar te zorgen dat we konden spelen; daarna is er een officieel bestuur gekomen en is de bal gaan rollen. We bestaan nu nog steeds met veel succes.’
    Zijn vrouw Eva vult aan: ‘Hij is de prettige bemoeial, mensen leunen op hem. Als er wat is, bellen ze vaak Frans, hij voelt zich altijd verantwoordelijk.’ En tegen Frans: ‘Jij wacht niet tot een storm overwaait, je gaat er in, jij bent niet te beroerd om je nek uit te steken. Je kunt niet gemist worden; die band bestaat, deels, omdat jij de boel bij elkaar houdt.’

    Frans: ‘Als er tijdens een optreden iets niet goed gaat, laat ik dat niet lopen en praat er na afloop meteen over met de dirigent. Musici zijn niet altijd de gemakkelijkste gasten om mee te werken. De dirigent van het Jazz Orchestra moet zijn muzikanten loslaten om de muziek te laten ontstaan. Het gaan om de samensmelting van de muzikanten. Het mag bij ons niet te strak zijn, het Jazz Orchestra laat zich niet leiden.’
    De Big Band is zijn grote liefde, maar: ‘In een klein combo spelen vind ik minstens zo leuk, je hebt veel meer vrijheid en je krijgt de ruimte om solistisch ook wat te vertellen.’

    Dienstbaarheid

    Je moet geloven in de kracht van een groep. Vaak repeteren levert veel op, dat zie je aan groepen die veel repeteren. Die zijn beter dan de groepen die sporadisch bij elkaar komen. Je groeit in je dienstbaarheid, er zijn grote bassisten die het alleen om het grooven gaat en die niets weten van de harmonie. Dan kan het voorkomen dat musici volledig langs elkaar heen spelen.

    Bassisten staan achterop het podium zodat iedereen ze kan horen. Je moet dus niet vooraan staan. De basgolven zijn langer, die komen na tien meter op hun sterkte.

    Frans van Geest ziet zichzelf niet als topman. Hij wil liever de tweede man zijn. ‘Ik werk graag onder iemand, maar wil die wel kunnen beïnvloeden. Ik wil graag mijn vrijheden behouden en als eerste man lukt dat niet, dan word je geleefd. Ook als ik wel verantwoordelijk ben voor een groep, doe ik dat liever samen met iemand anders. Je hebt mensen zoals ik nodig in een groep, mensen die graag onder de top willen functioneren.

    Als bassist moet je leren om goed voor jezelf te zorgen. Dat betekent dat je je spullen voor elkaar moet hebben: je sound voor elkaar, instrument voor elkaar, versterker voor elkaar. Mijn vingers moeten goed zijn, ik moet letten op het eelt, en bijvoorbeeld niet teveel met mijn handen in warm water zitten. Je chops moeten goed zijn, je moet soepel zijn, een goede conditie hebben, je moet eigenlijk iedere dag spelen. Het spreekt vanzelf dat je het repertoire moet kennen; en ik haat het om te zeggen, maar als je ouder wordt, gaat het instuderen van nieuw repertoire toch wat langzamer, dus kost het meer tijd. Ik besteed een paar dagen per week aan muzikale vaardigheden en aan studeren op mijn bas.

    Zenuwen

    Het kan mis gaan tijdens een optreden, als ik onvoorbereid ben, niet stabiel ben of eruit raak, als ik fouten maak of het niet kan horen. Dat komt voor, wanneer het geluid slecht is of wanneer ik het liedje echt niet ken en die liedjes zijn er nog genoeg. Dit moet je als professional zien te voorkomen, goede voorbereiding is een must.

    Het is geen goddelijke gave, het is keihard werken. Er zijn maar een paar dingen die je mee krijgt: aanleg en wat talent. Het is net als topsport, hoe meer je eraan doet, hoe meer je je ontwikkelt. Als je je goed voorbereidt, krijg je er zin in en heb je minder last van zenuwen. Vroeger was ik soms heel zenuwachtig. Ik herinner me die keer dat ik moest invallen voor Ron Carter, de bassist van Miles Davis, bij de klassieke zangeres Jessye Norman. Vlak van te voren kreeg ik te horen dat ik moest strijken. Ik was zo nerveus dat ik het van de zenuwen bijna niet kon. Toen heb ik besloten om niet meer zenuwachtig te zijn.’
    Tot slot heeft hij nog een advies:

    ‘Wie denkt dat hij bassist is, moet zich afvragen wat dat betekent. Je kan wel een bas hebben, maar dat maakt je nog geen bassist.’

    Frans van Geest (1968) volgde zijn opleiding Contrabas en Basgitaar aan het Hilversums Conservatorium.Tijdens zijn opleiding verving hij al zijn leraar in het Metropole Orkest en speelde in verschillende groepen met Nederlandse Jazz grootheden als: Wim Overgaauw, Ferdinand Povel, Cees Slinger en Greetje Kauffeld.
    In 1996 richtte hij samen met Henk Meutgeert het, nu geheten, Jazz Orchestra of the Concert gebouw op, waarmee ze een wereldfaam bereikten en met internationale jazz artiesten speelden als Elvin Jones, Monty Alexander, Chick Corea, mcCoy Tyner, Joe Henderson, Joe Lovano, Roy Hargrove, Pat Martino en vele anderen. Met dit orkest touren zij over de hele wereld: China, Japan, Mexico, Zuid Afrika, Brazilië. Chili en Argentinië.


    Interessant blog? Like it op Facebook, +1 op Google, Tweet het of deel dit blog op andere bookmarking websites.

    Pro-Blogger Top Blogger Influencer

    De bassist maalt niet om zichzelf, maar om het geheel

    Wat kan ik doen om het totaal beter te maken? Of: hoe kan ik een fundament bouwen waarop anderen kunnen excelleren? Dat vraagt de bassist zich af. Daarbij gaat het niet om zijn eigen welbevinden of succes, maar om de resultaten van het grote geheel. Bassisten verbinden, ondersteunen en geven richting. Daarmee zijn ze onmisbaar in bedrijf, organisatie of instelling.

    Gulian van Maanen, organisatie-adviseur en Violet Falkenburg, journalist en trainer, spraken met zestien Bassisten van raad van bestuur- tot teamleidersniveau. Deze rolmodellen werken vanuit hetzelfde basispatroon, dat zij Bassisme noemen. Violet Falkenburg: ‘Wij leggen de parallel tussen de rol van de bassist in een orkest en de verbindende leider in een organisatie.’ Van Maanen: ‘Interessant is dat we tot de ontdekking kwamen dat deze leiders naast die Bassistische basishouding ook nog een uitgesproken aanvullende kwaliteit hebben.


    Wat vind jij? deel het met ons!

    INFO: Je plaatst dit bericht als 'Gast'

    ×
    Niets meer missen?

    Schrijf je nu in voor onze (max.) wekelijkse e-zine en mis geen enkel Leiderschapsblog, -vacature of -nieuwsbericht meer.