person_outline

All animals are equal

equalanimals > All animals are equal | leiderschapEen paar weken geleden heb ik een gesprek gehad met Jos de Blok, oprichter van Buurtzorg en Arko van Brakel, CEO van De Baak. De aanleiding was een uitzending van Tegenlicht op 15 februari jl., die het einde van de manager inluidde. We zitten niet meer te wachten op managers die de boel controleren, de voortgang saboteren, medewerkers tegenwerken en toch dikke bonussen opstrijken.

Jos de Blok is stellig in zijn mening: managers vinden zichzelf veelal bijzonder, anders dan de rest. Leiderschaps- en managementprogramma’s versterken dit effect alleen maar en stoken het vuur onder het narcisme van managers nog wat hoger. Bestuurders en managers gaan naar gerenommeerde instituten om daar complexe taal te leren (slechts een vermomming van onwetendheid) en verliezen daarmee elke connectie met de ‘gewone’ medewerker.

‘Wat verkondigen brochures van management ontwikkel programma’s?  Dat je zo veel meer gaat verdienen en dat je zo veel aantrekkelijker bent voor posities en bedrijven. Niet of je daar een beter mens van wordt, dat staat er niet in, in die brochure. En ik denk dat heel veel mensen daar ook helemaal geen betere mensen van worden. Dus marketing en allerlei opvattingen vanuit management theorieën zijn schadelijk voor je gezondheid. Dát zou eigenlijk op die brochure moeten staan: als u hier te veel van neemt, dan gaat u dood’. Het klinkt als een grap. Jos spreekt het met ernst uit.

In veel organisaties heersen er twee werelden: de ‘systeemwereld’ van bestuurders en managers en de ‘leefwereld’ van medewerkers. Het is de lantaarnpaal versus het kampvuur. Er is de wereld van opgeblazen, grootse dingen en de wereld van eenvoudige dingen. Vakmanschap noemt Jos dat. Vakmanschap dat meer en meer terrein verliest van de bureaucratie en commercieel denken.

Plastic taal

Er worden in organisaties twee talen gesproken: de plastic taal van managers en de gewone taal van de medewerkers. Die kloof wordt alsmaar groter en de oplossingen die bedacht worden, wijzen in de verkeerde richting: medewerkers worden massaal getraind om plastic taal te leren begrijpen en spreken. Niet andersom. En die plastic taal…ja, die is indrukwekkend, geeft Jos toe. ‘Maar: je zegt er helemaal niets mee. In organisaties werkt dat door in gedrag en cultuur waarbij mensen klein gemaakt en geïntimideerd worden omdat ze niet begrijpen wat ‘die figuur daar’ zegt.’

George Orwell heeft het in 1945 zijn dictatoriale varken Napoleon in Animal Farm al laten zeggen: alle dieren zijn gelijk, maar sommigen zijn gelijker. Daar lijkt het ook op in onze organisaties, in de 21e  eeuw. Maar waar is dit allemaal begonnen en waarom blijft het bestaan?

Terug naar de wortels

De basis van onze huidige organisatiestructuren is terug te leiden tot Frederick Taylor, die in 1911 met The Principles of Scientific Management een theoretisch kader geschetst heeft voor het organiseren van industriële productie. Dit theoretisch kader ging hand in hand met het concept van een hiërarchische structuur: bovenaan de directeur, daaronder de managers van de verschillende afdelingen en, op de bodem van de piramide, de mensen die het ‘echte’ werk doen.

Dit model gaat uit van een aantal impliciete veronderstellingen:

  • er zijn slimme mensen die nadenken, zij zijn de baas (In tegenlicht wordt door de presentator gezegd: ‘Als je manager bent, dan heb je wat bereikt in het leven. Het geeft je status, een auto van de zaak, een goed salaris en je weet meer dan mensen die voor jou werken’)
  • er zijn minder slimme mensen, die wel precies kunnen doen wat hen opgedragen wordt, zij voeren het werk uit
  • de minder slimme mensen zijn ook nog eens onbetrouwbaar en geneigd tot luiheid, er moeten controlemechanismen komen om de werkprocessen in goede banen te leiden, om fouten op te sporen, om te zorgen dat mensen doen wat ze moeten doen – op de juiste tijd, in de juiste hoeveelheid

Een paradigmashift: van homo universalis naar…?

Ergens tussen de Renaissance en de industriële revolutie is er iets gebeurd met het mensbeeld: de homo universalis, met zijn grenzeloze mogelijkheden, is geworden tot een afgebakend, helder gedefinieerd en nauwkeurig gemonitord radertje in het industriële productieketen. Polyhistors (mensen die een uitgebreide kennis bezaten van zeer verschillende vakken van wetenschap) als  Leonardo, Michelangelo, Galilei, Copernicus en Bacon maakten ruimte voor oftewel de homo cogitat (de denkende mens, lees de bestuurder of de manager) oftewel de artifex (lees de arbeider). De werkende mens is een grondstof geworden. En de manager een kundige uitbater ervan.

Ergens, gaandeweg het afgelopen 100 jaar, heeft er een shift plaatsgevonden van paard en wagen naar auto’s (van hybride tot zelfparkerend en –sturend), vliegtuigen en TGV’s, van een industriële naar een kennisintensieve samenleving. In de 21e eeuw verwachten we als vanzelfsprekend van medewerkers dat ze slim zijn, dat ze excellent presteren in hun vak, dat ze het initiatief nemen, dat ze flexibel zijn, dat ze business partners en ambassadeurs zijn, dat ze out-of-the-box denken en maximale toegevoegde waarde hebben voor de business. De kennisintensieve wereldeconomie vraagt  om de homo universalis, die tegelijk homo cogitat (zelfdenkend mens) en artifex (vakman) is.

De homo universalis gevangen in de industriële principes

We zijn alleen vergeten – gedurende de integratie van de artifex en de homo cogitat, de homo universalis uit de ‘box’ van de hiërarchische piramide te halen. Een piramide dat mensen tussen de schotten van afdelingen en functies duwt en hen niet alleen horizontaal en verticaal van elkaar scheidt, maar ook fysiek en psychologisch. Tussen teams en afdelingen heerst er vaak een wij-zij cultuur. En dit geldt zeker voor de werkvloer en het management. Twee werelden die elkaar niet begrijpen en van elkaar bij tijd en wijle zelfs last hebben. De gedachte dat er een fundamenteel verschil (en zelfs belangenverstrengeling) is tussen managers en werknemers, maakt dat de laatste – trouw aan en in lijn met de positie die hen toebedeeld is – precies doen wat aan hen opgedragen wordt, in plaats van het beste te geven wat ze te bieden hebben.

‘Gedateerde managementprincipes in conventionele organisaties leiden tot gedateerde en ongeïnspireerde werknemers’, schrijven Kolind en Bøtter in hun boek Unboss (2014, p.138).

In onze postindustriële-hightech-artificial intelligence-maatschappij zijn we er niet in geslaagd om de vodden van de industriële tijd achter ons te laten. Dat merken we aan alles. Nu nog ernaar handelen.


Interessant blog? Like it op Facebook, +1 op Google, Tweet het of deel dit blog op andere bookmarking websites.

Leona Aarsen
Geschreven door Leona Aarsen
Top Blogger Influencer

maarten-de-winter's Profielfoto > All animals are equal | leiderschap
maarten-de-winter antwoordt op het onderwerp: #1669 4 maanden 2 weken geleden
We willen natuurlijk net als Jos allemaal een fijne leefwereld. Dan komen we op de vraag hoe je de twee werelden definieert. Zonder een definitie is het verleidelijk om alles wat systeemwereld is, negatief te kwalificeren. Zonder een definitie kan iedereen het met Jos eens zijn en kom je niet tot een goed gesprek over wat er nodig is om de organisatie beter te maken.

Vakmanschap is een begrip dat tenminste voor een belangrijk deel in de syseemwereld thuishoort. Jos haalt het begrip vakmanschap daar uit, maar door dat te doen omzeilt hij de vraag wat de vakman van de systemen nodig heeft om zijn vak te kunnen uitvoeren. In korte waardeketens zoals de thuiszorg is dat misschien triviaal, maar in langere waardeketens zoals een ziekenhuis, een gemeente, de rechtspraak, een energiebedrijf of een universiteit doet dat ertoe. Wanneer de chirurg dat niet doet, komt hij of zij voor het medisch tuchtcollege; de advocaat bij de deken. Over systeemwereld gesproken: fijn dat dat er is.

Iedere organisatieprofessional zou zich moeten verzetten tegen het idee dat 'de systeemwereld' het probleem is; deze is noodzakelijk. De HUIDIGE systeemwereld functioneert in organiaties inderdaad niet en drukt de leefwereld naar een depressieve staat: slechts 9% van de werkenden in Nederland is 'engaged' (Gallup). De vraag is dan hoe je ruimte maakt voor de leefwereld. Dat is een belangrijke vraag die de toekomst van onze samenleving raakt. In mijn blogs vind je naast klantverhalen ook toepasbare tools, waarmee de kwaliteit van de leefwereld en systeemwereld meetbaar worden gemaakt (en deze scherp definieert). Zodat je weet waar je kunt beginnen om van grotere waarde voor klanten, hun omgeving en hun toekomst te zijn. Bijvoorbeeld door vakmanschap verder te ontwikkelen. Maar dat is slechts een voorbeeld, want het gaat om veel meer dan dat.
Aad Cense's Profielfoto > All animals are equal | leiderschap
Aad Cense antwoordt op het onderwerp: #1291 2 jaren 4 maanden geleden
De reanimatie van het eigenlijk al rond 1900 contraproductief gebleken Taylorisme lijkt een gevolg van de politieke ideologie van het New Public Government. Sinds gepredikt wordt dat "alles gewoon een bedrijf is" zijn ook de professionele en dienstverlenende sectoren van de samenleving gekoloniseerd. Zie zorg, onderwijs, wetenschap, politie

Wat vind jij? deel het met ons!

INFO: You are posting the message as a 'Guest'

×
Niets meer missen?

Schrijf je nu in voor onze (max.) wekelijkse e-zine en mis geen enkel Leiderschapsblog, -vacature of -nieuwsbericht meer.