Er zijn grofweg twee redenen waarom iemand 's ochtends naar het werk gaat. De een gaat omdat het moet: er moet brood op de plank, de hypotheek wacht niet. De ander gaat omdat hij wil: het werk geeft betekenis, een gevoel bij te dragen aan iets dat ertoe doet.
Als leidinggevende weet je welke je liever hebt. Mensen die willen, brengen energie mee. Ze denken mee, nemen initiatief, trekken anderen omhoog. We bouwen er hele cultuurprogramma's omheen: betrokkenheid, eigenaarschap, intrinsieke motivatie. En terecht.
Maar in dat willen schuilt ook een risico, en dat risico zien we zelden.
Want het leven laat zich niet plannen. Soms zit het tegen. Een ziek kind, een scheiding, een diagnose, verlies. Dan verschuift wat belangrijk is. Het werk dat gisteren nog zingeving gaf, voelt opeens klein bij wat er thuis speelt. Het willen verdampt, niet omdat de betrokkenheid weg is, maar omdat er even geen ruimte voor is.
En tóch sta je dan op. Tóch ga je naar je werk. Niet omdat je wil, maar omdat je moet. Omdat het houvast geeft, omdat het inkomen doorloopt, omdat opdagen op zo'n moment al een prestatie op zich is.
Dat is precies het moment waarop jij als leidinggevende ertoe doet.
Het is verleidelijk om aanwezigheid als vanzelfsprekend te zien. Iemand is er, dus het gaat wel. Maar opdagen is geen vanzelfsprekendheid, en zeker niet bij iemand die het zwaar heeft. Het is een keuze die elke dag opnieuw gemaakt wordt, vaak met meer moeite dan je vermoedt.
Zie daarom de mens, niet alleen de medewerker. Als je weet dat iemand in een lastige periode zit, benoem het. Zeg dat je het waardeert dat hij er is. Vraag wat hij nodig heeft, en doe daar vervolgens ook iets mee. Niet met een protocol of een goedbedoeld gesprek dat in een systeem wordt vastgelegd, maar gewoon, van mens tot mens.
Dat kost je weinig. Een paar minuten oprechte aandacht. Maar voor de ander kan het het verschil zijn tussen je staande houden en omvallen.
En er gebeurt nog iets. Als iemand merkt dat hij gezien wordt op het moment dat het moet, dat er ruimte is zonder dat hij erom hoeft te vechten, dan groeit er iets terug. Vertrouwen. Verbondenheid. En vaak, na verloop van tijd, het willen.
Moeten wordt dan weer willen. Niet omdat je het hebt afgedwongen, maar omdat je er was toen het telde.
Steun Lerende Leiders - een kop koffie
Reacties (0)
Nog geen reacties. Wees de eerste die zijn mening deelt!