person_outline
 > Bassisme-interviews #17: Haal de wortels we... | Leiderschap

    Bassisme-interviews #17: Haal de wortels weg en de boom is kansloos

    Hoe zit het met de bassist in uzelf? In het directieteam?

    Hoe zit het met de bassist in uzelf? In het directieteam?

    Gulian van Maanen, organisatie-adviseur en Violet Falkenburg, journalist en trainer, spraken met zestien Bassisten, van raad van bestuur- tot teamleidersniveau. Violet Falkenburg: ‘Wij trekken de parallel tussen de rol van de bassist in een orkest en de verbindende leider in een organisatie. Bassisten verbinden, ondersteunen en geven richting. Daarmee zijn ze onmisbaar in bedrijf, organisatie of instelling. Wij noemen die basishouding Bassisme.’ Van Maanen: ‘De onderlinge samenwerking in een directie floreert als er aandacht is voor de bassisten in het team. Als de bassisten aan het woord komen, wordt er beter gepresteerd. Wij pleiten voor meer mensen met bassistische kwaliteit in de leiding omdat zij als geen ander in staat zijn de collectieve wijsheid in een organisatie aan te boren. Daarom organiseren wij leiderschapstrajecten en geven we workshops, ondersteund door de ritmesectie van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Zie www.bassisme-blog.nl

    Wilmar de Visser, bassist bij het Nederlands Blazers Ensemble, Ludwig en het Radio Philharmonisch Orkest

    wilmar de visser > Bassisme-interviews #17: Haal de wortels we... | Leiderschap‘Oude stijl management’ is gewend om alle beslissingen zelf te nemen en het middelpunt van de oplossing te zijn, onder het mom van: ik ga dit oplossen. Dat werkt niet meer. In een lerende organisatie hoef je geen verandermanagement meer toe te passen, de wereld verandert zo snel, dat ze vanzelf al innoveren. De ‘baas nieuwe stijl’ herkent de goede oplossing, en faciliteert binnen zijn organisatie mensen die met projecten komen met vernieuwende potentie. Ik functioneer zelf het beste wanneer ik vertrouwen krijg bij wat ik onderneem.

    Het ministerie OC&W wil dat we meer uren gaan inzetten in het belang van onze subsidiepartners, waardoor we met onze muziek meer doen dan alleen in het orkest spelen. Deze vorm van innoveren wordt ons opgelegd. Veel beter zou je onze creativiteit kunnen kietelen om innovatie van onderaf op gang te krijgen; dan zijn mensen intrinsiek gemotiveerd omdat het uit de eigen koker komt en dan heeft het veel meer kans van slagen. You can’t buy the artistic spark. Volgens mij heet dát de lerende organisatie. Je moet individuele werknemers prikkelen om competenties te ontwikkelen die van belang kunnen zijn voor de organisatie. Zorg als directie dat je het creatieve vermogen in een organisatie ‘aanzet’ en herken de goeie ideeën.

    Wat ik bij het oprichten van Splendor (muziekcentrum in Amsterdam) heb gedaan is het toppunt van innovatie. Hoewel ik daar zelf het leeuwendeel van voor mijn rekening heb genomen, probeer ik toch buiten de schijnwerpers te blijven. Ik heb de groep van vijftig musici die Splendor in de basis vormen allemaal zelf benaderd, en heb een bestuur gevormd waar ik voorzitter van werd. Op een gegeven moment was het voor mij klaar, het stond, het was gelukt. En dan gaan mensen je bedanken. Daar hou ik helemaal niet van. Je bedankt elkaar door de manier waarop je met elkaar omgaat. Ik voel dat jij snapt wie ik ben, waar ik voor sta, wat ik kan en wat ik doe, waar mijn sterke punten liggen. Zo merk ik dat de ander mijn manier van werken waardeert. Daar hoef je me niet voor te gaan bedanken.

    De dominante Bassist

    Misschien ben ik best leidend, misschien zelfs dominant in mijn manier van spelen en praten en hoe ik contact maak. Dat wordt bij Splendor gezien als iets positiefs. Ik kan daar mezelf zijn. Leidend, maar nooit drammerig. De bassist bepaalt waar ‘de 1’ (de eerste tel, red.) zit, daar moet je duidelijk in zijn en niet over twijfelen. Dat doe ik niet voor mezelf, maar om de muziek beter te maken. Als ik iets zeg bij een repetitie, gaat het om de muziek en niet om mezelf te horen praten noch om gelijk te hebben. Als bassist heb ik het overzicht, zeker op de plek waar ik bij het NBE sta, en van daaruit maak ik opmerkingen.

    Bij de totstandkoming van Splendor werkte ik op dezelfde manier. Deep down zit er ook altijd een eigenbelang bij natuurlijk. Het was spannend om te doen, een mooi project, en veel mensen zeiden dat het niet kon. Er is inderdaad een heel bestuur opgestapt toen het bijna niet ging lukken. Ik ben doorgegaan. En het was super gaaf toen het toch voor elkaar kwam. Dat ik dit voor elkaar heb gekregen straalt op me af, mensen praten op een andere manier met je. Dat is het eigenbelang. Als bonus heb ik nu een sleutel van een oefenruimte waar ik altijd terecht kan, en dat is in Amsterdam goud waard. Maar ik heb oprecht geprobeerd voor heel veel mensen iets gaafs neer te zetten. Dat doe ik bij het NBE (Het Nederlands Blazers Ensemble) ook.

    Bij het Radio Phil (Radio Philharmonisch Orkest) zit het net anders. De bas groep heeft een grote reputatie. De goede dirigenten snappen dat de bas groep heel belangrijk is voor de sound en de timing, de klank, de richting en de frasering van het orkest. Het is fijn om in zo’n groep te mogen musiceren. Je moet het zien als een mooi gave auto, alles doet het! Op een gegeven moment mocht ik ook aanvoerder worden. Ik vind het prettig om de bedding te zijn voor de solisten. Zonder onze eind noot of een pizzicato valt die solo in het niet. Voor de argeloze luisteraar is het maar één noot, maar daar zit een wereld achter. Zoals de grote componisten, – Mahler, Bruckner – hun pizzicato’s schrijven, dat is magistraal. Als ik dan als aanvoerder er voor kan zorgen dat we met elkaar precies op het goede moment die ene cruciale noot spelen, is dat groots.

    Tijdens het musiceren heb ik voortdurend een lijntje met de aanvoerder van de violen, de concertmeester en de dirigent. Voor de luisteraar zijn wij die jongens rechts met die enorme roeiboot tussen hun benen, wij zijn de begeleiders. Maar het is het fundament waar het orkest op rust en dat is een geweldige rol, maar je blijft natuurlijk wel ten dienste van de muziek. Als mensen applaudisseren en opstaan kijken ze altijd naar links naar de dirigent en de violen en nooit naar rechts. Waar de bassen staan. Altijd. Nee, daar zit geen pijn, wat wij doen is faciliteren. Applaus krijgen is sowieso heerlijk.

    De boom

    Om de functie van de bas te beschrijven, gebruik ik vaak de metafoor van de boom. Een hele mooie boom met spectaculaire takken en bladeren. Ieder seizoen is hij weer anders. Maar die boom staat daar bij de gratie van de wortels; haal de wortels weg en de boom is kansloos.

    Dat is de bas in de muziek. Als je de bas weghaalt, mist er iets; je hoort het pas als het er niet is.

    Mijn plek midden vooraan bij NBE is voortgekomen uit de Gran Partita, dat is ons lijfstuk waar Bart Schneeman, de artistiek leider van het NBE, voor gekozen heeft samen met Frans Brüggen, de dirigent. Vanwege de symmetrie. De bas in het midden brengt de boel precies in balans, het ziet er ook goed uit. Als ik daar sta, kijken mensen naar mijn strijkstok. Als ik naar rechts ga, weten ze dat daar de eerste tel zit. Het is een informele rol. Bart Schneemann is op en top solist en meer onze dirigent. Ik heb hem hoog zitten, je moet maar durven om zo in de schijnwerpers te staan.

    Ook in het orkest gaat het om de grotere zaak. Je bent een minuscuul radartje in een fantastisch groot apparaat. En we spelen wekelijks monumentale muziekstukken waartoe de mens kennelijk in staat is. Iedere week beginnen we met het orkest vanaf nul. Nu ligt het nulpunt hoog bij een beroepsorkest van negentig hooggekwalificeerde professionals, die op hun vierkante millimeter op topniveau opgeleid zijn en op topniveau opereren. En dat betekent dat we de hele tijd alleen maar met details bezig zijn. Want iedereen kan heus zijn partij wel spelen, dus hier een beetje zachter, daar een beetje meer. Met elkaar creëer je dan iedere week weer een kunstwerk, dat is sensationeel. Spelen in een orkest is het leukste wat er is. Dat gun je iedereen. Wat ik maar wil zeggen: leer een instrument spelen.

    De Bassist als leider

    Als Bassist moet je overzicht hebben. Bassisten zitten letterlijk hoger, wij zien dingen. Bij het NBE sta ik in het midden en zie dus ook alles, links en rechts van me. Alles wat je doet moet erop gericht zijn om het geheel beter te maken. Dat vraagt om integriteit.

    Wij zijn de ANWB paddenstoel, geven de richting aan, wij sturen…

    Ik denk dat iemand met de attitude van de bassist geen goede leider kan zijn. En dat komt door een onbegrensde weerzin tegen het in de schijnwerpers staan. Dat heb ik in ieder geval. Je credits opeisen zit in dezelfde hoek. Ik verbaas me er soms over hoe mensen zichzelf toch naar voren drukken. Ik kan het niet. Bij leiderschap hoort ook creativiteit en empathie. Creativiteit in de zin van denken in oplossingen. Altijd met de oplossing bezig zijn en niet in het gelijk blijven hangen, maar omdenken. Dat is wat ik probeer. Mensen tot rust krijgen, goeie ideeën herkennen en vooral in een bestuur zoals bij Splendor, de zaken in goede banen leiden. Goed luisteren (als het niet saai is) is essentieel; ik kan mensen het gevoel geven dat ik luister en ik kan me verplaatsen in wat ze zeggen, empathie. Uiteindelijk heeft dat er toe geleid dat we de Amsterdamprijs voor de kunst (2015)hebben gewonnen en dat het loopt.

    Als je iemand als Bart Schneeman vraagt wat hij van mij vindt, dan denk ik dat hij mij wel een van de steunpilaren van het ensemble vindt. Hij gaat zeker zeggen dat hij me heel eigenwijs vindt. We leven in een vrij en land en ook wanneer het niet direct gewenst is, moet je zeggen wat je denkt. De eigenwijsheid is ook een teken van betrokkenheid. Ik ben niet eigenwijs om eigenwijs te zijn. Het gaat om het grotere belang ik wil dingen mooier maken. Dat kan te maken hebben met de richting van het ensemble, maar niet met de artistiek inhoud. Dus niet met wat we spelen maar wel met hoe we het spelen.

    In het ensemble zijn er drie a vier mensen die zich daarmee bemoeien. Naast mij bijvoorbeeld ook de trombonist. Hij is ook zo’n stiekeme leider. Hij zal ook zeggen dat ik loyaal ben; dat is een van mijn belangrijkste eigenschappen. Ik ben er, zorg dat ik inzetbaar ben. Plannen is lastig in onze business. Ik voel me gewaardeerd, maar dan moet je er ook zijn. Ben ook een grote fan van het blazersensemble.

    Radio Phil is braver dan het NBE en staat qua orkest het dichtst bij me, maar het aantrekkelijke is dat we veel onbekende muziek spelen. Dat is onze rol in de Nederlandse muziekwereld.

    Slecht tegen onrecht

    Bij Splendor heb ik de leden geselecteerd; het is cruciaal dat je dat goed doet en let op de chemie tussen mensen. Als ik een doel zie, kan ik goed focussen en doe ik er alles aan om mensen te betrekken en ze in een goede sfeer te laten samenwerken. Op die manier kunnen er nieuwe dingen tot stand komen. Erkenning voel ik in de manier waarop je met elkaar omgaat. Als dat slordig is doet mij dat pijn. Er zijn mensen waar ik totaal niet mee resoneer. Die moet ik uit de weg gaan. Het klinkt misschien kinderachtig, maar dat is dodelijk voor mijn energie. Onrecht, daar kan ik slecht tegen, onlogisch onrecht is helemaal verschrikkelijk. Vooral op het gebied van de moraal ben ik nogal zwart wit. Gelukkig heb ik snel in de gaten of ik met ‘een fout type’ te maken heb. Als ik met zo’n karakter moet samenwerken, dan kies ik ervoor om het van tevoren te bespreken.’

    Wilmar de Visser (Den Helder, 1972) studeerde contrabas bij Peter Stotijn aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, waar hij in 1997 zijn diploma behaalde met een 10. Sindsdien heeft hij zich ontwikkeld tot een van de meest veelzijdige bassisten van Nederland. Naast zijn werk als tweede solo-contrabassist bij het Radio Filharmonisch Orkest speelt hij contrabas en basgitaar in het Nederlands Blazers Ensemble en talloze andere orkesten, ensembles en bands. Met een brede muzikale smaak speelt hij al zijn hele loopbaan samen met uiteenlopende topmusici: van de Keniaanse zanger Ayub Ogada, sopraan/dirigent Barbara Hannigan tot aan cellist Jordi Savall in concertzalen van Amsterdam (Nederland), Vitoria (Brazilië), New Delhi (India) tot Cotonou (Benin). Hij is bedenker en oprichter van Splendor Amsterdam (Amsterdamprijs voor de Kunst 2015) en mede-oprichter van het muziekcollectief LUDWIG (Grammy 2018). Wilmar behoort tot de absolute koplopers op het gebied van succesvolle innovaties en initiatieven in de internationale muziekwereld.


    Interessant blog? Like it op Facebook, +1 op Google, Tweet het of deel dit blog op andere bookmarking websites.

    Pro-Blogger Top Blogger Thought Leader

    De bassist maalt niet om zichzelf, maar om het geheel

    Wat kan ik doen om het totaal beter te maken? Of: hoe kan ik een fundament bouwen waarop anderen kunnen excelleren? Dat vraagt de bassist zich af. Daarbij gaat het niet om zijn eigen welbevinden of succes, maar om de resultaten van het grote geheel. Bassisten verbinden, ondersteunen en geven richting. Daarmee zijn ze onmisbaar in bedrijf, organisatie of instelling.

    Gulian van Maanen, organisatie-adviseur en Violet Falkenburg, journalist en trainer, spraken met zestien Bassisten van raad van bestuur- tot teamleidersniveau. Deze rolmodellen werken vanuit hetzelfde basispatroon, dat zij Bassisme noemen. Violet Falkenburg: ‘Wij leggen de parallel tussen de rol van de bassist in een orkest en de verbindende leider in een organisatie.’ Van Maanen: ‘Interessant is dat we tot de ontdekking kwamen dat deze leiders naast die Bassistische basishouding ook nog een uitgesproken aanvullende kwaliteit hebben.


    Wat vind jij? deel het met ons!

    INFO: Je plaatst dit bericht als 'Gast'

    ×
    Niets meer missen?

    Schrijf je nu in voor onze (max.) wekelijkse e-zine en mis geen enkel Leiderschapsblog, -vacature of -nieuwsbericht meer.