person_outline
 > Bassisme-interviews #7: Gaat het goed met h... | Leiderschap

    Bassisme-interviews #7: Gaat het goed met het team, gaat het goed met mij

    Hoe zit het met de bassist in uzelf? In het directieteam?

    Hoe zit het met de bassist in uzelf? In het directieteam?

    Gulian van Maanen, organisatie-adviseur en Violet Falkenburg, journalist en trainer, spraken met zestien Bassisten, van raad van bestuur- tot teamleidersniveau. Violet Falkenburg: ‘Wij trekken de parallel tussen de rol van de bassist in een orkest en de verbindende leider in een organisatie. Bassisten verbinden, ondersteunen en geven richting. Daarmee zijn ze onmisbaar in bedrijf, organisatie of instelling. Wij noemen die basishouding Bassisme.’ Van Maanen: ‘De onderlinge samenwerking in een directie floreert als er aandacht is voor de bassisten in het team. Als de bassisten aan het woord komen, wordt er beter gepresteerd. Wij pleiten voor meer mensen met bassistische kwaliteit in de leiding omdat zij als geen ander in staat zijn de collectieve wijsheid in een organisatie aan te boren. Daarom organiseren wij leiderschapstrajecten en geven we workshops, ondersteund door de ritmesectie van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Zie www.bassisme-blog.nl

    Adjan Verploegh, hoofd green keeper Hilversumsche Golf Club:

    verploegh > Bassisme-interviews #7: Gaat het goed met h... | Leiderschap‘Als ik mensen voor het eerst zie, dan weet ik vaak al, of ze geschikt zijn voor het team; het is een gut feeling, zeker als ik dat combineer met wat ze hiervoor gedaan hebben. Dit is een beroep waarin het handig is dat je een beetje technisch bent. Want je werkt met machines, dus techneuten hebben een voorsprong.

    Naast het green keepen, – het onderhouden van een golfbaan – probeer ik voor iedereen een extra functie te creëren. Toen ik hier negen jaar geleden hoofdgreenkeeper werd, besteedden wij bijna veertig duizend euro aan onderhoudscontracten voor machines; een keer per maand kwamen die mensen kijken, draaiden hier en daar wat aan schroeven en gingen weer. Ik dacht: dat kan anders. Ik heb iemand aangenomen, die als militair in het leger ook al onderhoud deed. We hebben een slijpbank gekocht en slijpen nu alles zelf zoals de maaikooien van de kooimaaiers. Dat scheelt honderdzestig euro per kooi, we hebben er veertig en die worden vier keer per jaar geslepen. Met onze monteur zijn we “klaar” voor zevenenhalfduizend euro aan onderdelen; hij doet alles zelf, het is zijn ding, en hij kan daar trots op zijn.

    Ander voorbeeld: ik had iemand in het team die niet lekker in z’n vel zat. Omdat hij heel handig is met houtbewerking, vroeg ik de club, het bestuur dus, of ik een zeecontainer mocht kopen. Die hebben we voor hem ingericht als werkplaats: werkbanken, verlichting en zaagtafels. Nu maakt hij alle hardhouten prullenbakken in de baan, de banken en alle richtingbordjes. Daar heeft hij ontzettend veel plezier in en je zag hem opknappen. In het kader van het biologisch beheer van de baan hangen we overal spreeuwenkasten op, – spreeuwen eten de larven van de langpootmuggen – , en die maakt hij ook. Leden zien dat op hun rondje golf en maken hem complimenten.

    Zo kan dus iedereen met een kleine positieve draai waardering krijgen.

    Twee keer per jaar hebben we hier een ledendag voor nieuwe leden; wij organiseren altijd een rondleiding langs alle machines en de werkplaats. Ieder lid van het team geeft uitleg bij zijn of haar werk. De leden vinden dat fantastisch en hebben respect voor wat ze doen. Ik zie hoe mijn mensen daarvan opbloeien en hoe het hen helpt om zich op deze plek thuis te voelen.’

    Ieder een eigen taak

    De zeven mensen van Adjans team hebben naast het algemene werk hun eigen taak, met een bepaalde vrijheid om hun werk in te delen en uit te oefenen. ‘We doen alles natuurlijk volgens een plan en dat plan is wel mijn plan,’ zegt hij lachend. ‘Alle verantwoordelijkheden moeten passen in dat plan en bij onze visie. Als hoofdgreenkeeper heb ik de ruimte om dingen te bedenken. Er ligt bijvoorbeeld een vijver achter hole negen, – vroeger een ven waar grondwater omhoog kwam. Is het niet leuk om daar weer iets natuurlijks van te maken? Dat gaan we dan doen. Milieu en duurzaamheid staat hoog in ons vaandel. In onze blusvijver komt de zeldzame kamsalamander voor en dus hebben we subsidie gekregen voor de aanpassing van het ven.

    Er zijn wel eens conflicten, natuurlijk. De enige vrouw in het team “gaat over” de hei; ze is daar trots op, dus als iemand met een tractor door de hei rijdt, krijgt hij dat wel van haar te horen, ja. Daar spreken ze elkaar op aan. Zij stottert een beetje, en daarom kropt ze dingen soms op. Op een bepaald moment barst dan de bom. Ik probeer het met iedereen uit te praten, maar als pleaser vind ik dat lastig. Ik heb daar wel een beetje hulp bij nodig. Bijvoorbeeld van mevrouw Willeke Heybroek van de baancommissie. Ik bespreek wekelijks veel met haar. Als er conflicten zijn, vind ik het lastig om het zo op te lossen dat beide partijen daar vrede mee hebben. Soms moet ik gesprekken aangaan die niet leuk zijn en dan loop ik een dag van te voren met zenuwen in mijn buik, maar gelukkig gaat het eigenlijk altijd goed. Sinds 2008 voer ik dit soort gesprekken, en ik merk dat ik daar in groei. Ik vind het nu niet zo vervelend meer.’
    Van één van de leden op onze club die als mijn mentor optrad kreeg ik ooit het boek van Stephen Covey De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. In eerste instantie ben ik het gaan lezen om hem te pleasen, maar ik bleek er zelf ook iets aan te hebben. Ik dacht: ‘Nou, ik doe het niet eens zo verkeerd. Want wat Covey schrijft komt in grote lijnen overeen met de manier waarop ik mijn team leiding geef. Die zeecontainer is een mooi voorbeeld: een goede arbeidsplek voor de ‘timmerman’ creëren ging met een omweg, maar iedereen is uiteindelijk heel blij.’

    Solidariteit

    Adjan is een mooi voorbeeld van de meewerkend voorman. Dat is niet altijd zo geweest, soms zaten de hoofd green keepers op kantoor. “Als de mensen hier dan een taak op hun eigen manier uitvoerden, werd het afgekeurd, want dan was het niet gedaan zoals de chef het wilde. In die tijd was het zo dat de mannen in het bos wachtten tot het vijf uur was, anders kregen ze om kwart voor vijf nog een klusje. De sfeer is nu goed, mensen zijn zelfstandiger, ze hebben eigen thema’s. We voelen een grote solidariteit ten opzichte van het werk en van elkaar. Wij draaien weekenddiensten en als er iemand niet kan, regelen ze onderling wie er kan werken. Ik hoef er niet om te vragen.’
    Het kan altijd beter, ik zou het fijn vinden als het hele team nog beter met elkaar zou praten. Nu is het wel eens zo, dat mensen dingen opkroppen. Ik zou misschien meer teamgesprekken moeten beleggen en ze aansporen. Ik zou meer lef moeten hebben in vergaderingen om te durven benoemen wat ik zie. Als bassist zou ik daarvoor moeten zorgen.

    Ik ken de meesten ook al heel lang en ik begrijp ze wel. Mijn vrouw en ik hebben zelf twee jongens met autisme, van nu negen en elf; ze hebben Gilles de la Tourette, ze schelden niet, maar ze maken veel geluidjes en hebben allerlei tics en concentratiestoornissen. Door die situatie heb ik veel moeten nadenken over hoe mensen zijn ze zoals ze zijn. Als er een conflictje is, omdat iemand hier iets gezegd heeft dat niet goed valt, dan heb ik meer de neiging om aan zijn adhd te denken en te beseffen dat dat moeilijk voor hem is; ik kan daar niet boos om worden. Ik doe dan mijn best om aan de anderen uit te leggen wat hij bedoeld heeft en hoe dat werkt.

    Als het met team niet goed gaat, gaat het met de baan niet goed en gaat het met mij niet goed. En omgekeerd dus ook: als het goed gaat het met team, gaat het goed met de baan, en met mij.

    Alle werkzaamheden die we doen heb ik in 2008 voor het eerst– samen met mijn vader – in excel gezet. Twaalf maanden, alle salarissen, alle werkjes. Aan het eind van het jaar had ik alle uren en alle kosten bij elkaar, dus wist precies: we hebben zevenhonderd uur bunkers geharkt en het heeft zoveel gekost. Dat inzicht was er niet. Dat heb ik vier jaar gedaan en dat gaf ik aan de baancommissaris. En dan ging het in een mapje.
    Nog steeds houd ik alles bij, niet meer in excel maar gewoon in mijn agenda. Ik noteer alles en ik weet dus op ieder moment wat ze gedaan hebben. Van de huidige baancommissaris leer ik plannen en dingen op de lange termijn zien. In plannen zou ik wel beter willen worden.

    Toen ik klein was, wou ik boswachter worden. Ik kwam uit een familie van kunstenaars, dus dat lag niet zo voor de hand. Na mavo en avondhavo koos ik voor Mts werktuigbouw, maar dat was niks voor mij, teveel theorie; ik wilde met mijn handen werken. In plaats van naar school ging ik in het bos wandelen. Via het leerlingwezen kon ik naar de bosbouwschool. Ik had baantjes bij golfclub de Hoge Klei, het Utrechts landschap, golfclub Zeewolde. In 1995 kwam ik hier terecht. En dat is de beste beslissing ooit geweest.

    De natuur is niet te plannen

    Ik werk met natuur, ik kan eigenlijk niks definitief plannen. In een visie kan je plannen, maar in de natuur werkt dat niet. Een voorbeeld? Ik had eigenlijk gepland om de fairways te verticuteren, maar er steekt ineens een giga storm op en we moeten daarna twee weken bomen rooien en in stukken zagen. Het verticuteren schuift dan gewoon op. Mijn werk bestaat o.a. uit naar buiten kijken en zo direct mogelijk inspelen op het weer en de omstandigheden van het moment. Dat heb ik mezelf ook aangeleerd.

    Eigenlijk ben ik een heel gelukkig mens. Privé vind ik het soms lastig, dat ik altijd maar probeer de lieve vrede te bewaren. Volgens mijn vrouw ben ik soms te aardig naar anderen; ik doe altijd alles, terwijl ik ook gewoon nee kan zeggen. Vroeger zei ik altijd op alles ja. Dat is mijn zwakke punt. Ik ging er gewoon op in als leden aan me vroegen “kun je even naar mijn grasveld kijken of een straatje leggen?” Op een keer kreeg ik zo’n last van mijn armen en mijn rug, dat ik dacht: dit ga ik niet meer doen.’

    Soms voelt hij zich vader van het team. ‘Ik aarzel om dat over mezelf te zeggen, want ik wil me niet op een voetstuk zetten. Dat verzorgende zat al vroeg in me. Toen ik nog thuis woonde bij mijn ouders, gingen we elk weekend stappen en verzamelden we eerst bij ons thuis. Mijn ouders vonden dat prima. Heerlijk om iedereen mee naar huis te nemen. Nu nog steeds heb ik dat: ik vind het fijn als ik mensen om me heen kan verzamelen en zorgen dat ze het leuk hebben. En er dan samen iets moois van kan maken.’

    Adjan Verploegh (1970) maakt in 1990 kennis met het greenkeepers vak tijdens een tweejarige stageplek voor zijn opleiding ‘primair terreinbeheer’ bij het IPC te Schaarsbergen. Na de opleiding ‘secundair terreinbeheer’ kiest hij voor het golfbaanonderhoud.
    In 1994 komt hij als greenkeeper in dienst bij  de Hilversumsche Golf Club, die hem in staat stelt de opleiding greenkeeper en hoofdgreenkeeper te volgen. Met goed resultaat: in 2008 wordt hij hoofdgreenkeeper van de club. Met zijn achtman sterke team is hij verantwoordelijk voor het (duurzaam) beheer van het 63 ha grote terrein. In 2011 ontvangt de Hilversumsche Golf Club als een van de eerste het GEO certificaat, een Europees keurmerk voor duurzaam golfbaan beheer.


    Interessant blog? Like it op Facebook, +1 op Google, Tweet het of deel dit blog op andere bookmarking websites.

    Pro-Blogger Top Blogger Influencer

    De bassist maalt niet om zichzelf, maar om het geheel

    Wat kan ik doen om het totaal beter te maken? Of: hoe kan ik een fundament bouwen waarop anderen kunnen excelleren? Dat vraagt de bassist zich af. Daarbij gaat het niet om zijn eigen welbevinden of succes, maar om de resultaten van het grote geheel. Bassisten verbinden, ondersteunen en geven richting. Daarmee zijn ze onmisbaar in bedrijf, organisatie of instelling.

    Gulian van Maanen, organisatie-adviseur en Violet Falkenburg, journalist en trainer, spraken met zestien Bassisten van raad van bestuur- tot teamleidersniveau. Deze rolmodellen werken vanuit hetzelfde basispatroon, dat zij Bassisme noemen. Violet Falkenburg: ‘Wij leggen de parallel tussen de rol van de bassist in een orkest en de verbindende leider in een organisatie.’ Van Maanen: ‘Interessant is dat we tot de ontdekking kwamen dat deze leiders naast die Bassistische basishouding ook nog een uitgesproken aanvullende kwaliteit hebben.


    Wat vind jij? deel het met ons!

    INFO: Je plaatst dit bericht als 'Gast'

    ×
    Niets meer missen?

    Schrijf je nu in voor onze (max.) wekelijkse e-zine en mis geen enkel Leiderschapsblog, -vacature of -nieuwsbericht meer.