Een tijdje geleden ging de bel. Een collectant van het KWF stond voor de deur, met een collectebus en een vriendelijk verhaal. Ik legde uit dat ik alles wat ik te doneren heb doneer aan één goed doel: het Helen Dowling Instituut. En in dat korte gesprek aan de deur vielen me twee dingen op die me sindsdien niet meer loslaten.
Het gezicht aan de deur
Het eerste was hoe anders dit voelde dan een online oproep. Er stond een mens voor me. Iemand die zijn avond opoffert, in de kou, om aan te bellen bij vreemden voor een zaak die hem aan het hart gaat. Dat doet iets. Het appelleert aan je goedheid op een manier die een berichtje in je tijdlijn nooit doet.
Ik merk dat aan mezelf, en ik denk dat het voor veel mensen geldt. Online scrollen we langs de zoveelste donatievraag zonder dat het echt binnenkomt. Aan de deur staat er iemand die je in de ogen kijkt. Dat is geen trucje, dat is gewoon hoe wij als mensen werken: het concrete, het persoonlijke, de ander die je aankijkt, dat raakt ons dieper dan het abstracte.
Wie kent het HDI?
Het tweede was verrassender, en het zette me aan het denken. Deze collectant, iemand die zich met hart en ziel inzet voor de bestrijding van kanker, wist niet wat het Helen Dowling Instituut is of doet.
Dat is geen verwijt aan hem. Het is een observatie die precies laat zien waaróm ik loop. Er is een organisatie die dag in dag uit klaarstaat voor gezinnen die door kanker geraakt zijn, en zelfs iemand die vlak naast dat werk staat, kent het niet. Bekendheid is niet vanzelfsprekend. Aandacht is niet vanzelfsprekend. En dus is er werk aan de winkel, ook voor mij, ook met deze blogs en deze sponsorloop.
Ieder voor zich
En dan is er iets groters, iets dat als een onderstroom onder dit alles ligt.
Ik zie om me heen een verharding. Een wereld die onrustiger is geworden, waarin de zorgen dichterbij komen en de blik naar binnen keert. Als het spannend wordt, trekken mensen zich terug op zichzelf en de hunnen. Ieder voor zich, het eigen huis eerst. Dat is menselijk, en ik oordeel er niet over, want ik voel de neiging zelf ook.
Daar komt bij dat het voor veel mensen simpelweg krapper is geworden. De kosten stijgen, de ruimte om te geven wordt kleiner. Wie moeite heeft de eigen eindjes aan elkaar te knopen, kan nu eenmaal minder missen voor een ander.
En in die beweging zie ik nog iets. We laten ons steeds meer leiden door welvaart, en steeds minder door welzijn. Door wat we hebben en willen behouden, en steeds minder door hoe het met een ander gaat. Niet uit slechtheid, maar uit zorg, uit onzekerheid, uit zelfbehoud. Het is begrijpelijk. En het maakt geven moeilijker.
Juist daarom
Je zou denken dat dit een ontmoedigend verhaal is om vlak voor een sponsorloop te vertellen. Het tegenovergestelde is waar.
Want juist in een tijd waarin de blik naar binnen keert, is er iets bijzonders aan organisaties die de blik naar buiten houden. Het HDI is er niet voor zichzelf. Het is er, primair en helemaal, voor de ander: voor het gezin dat midden in de storm zit en even niet meer weet hoe het verder moet. Dat is welzijn in zijn zuiverste vorm: gericht zijn op iemand anders, op een moment dat diegene het zelf niet kan.
Hoe krapper de tijden, hoe kostbaarder dat wordt. Niet minder waardevol, maar juist meer.
Kwantiteit en kwaliteit
En hier raak ik aan het onderscheid dat me het meest is bijgebleven van dat gesprek aan de deur.
Het KWF doet onmisbaar werk. Onderzoek, behandeling, genezing: de strijd om tijd, om méér leven. Kwantiteit van leven, zou je kunnen zeggen. Dat werk verdient elke euro, en ik neem er niets van af.
Maar het HDI zet in op iets anders. Niet op de lengte van het leven, maar op de kwaliteit ervan. Op hoe je die tijd doorkomt, met elkaar, ook als de tijd onzeker is en soms juist dán. Psychologische steun voor mensen met kanker en hun naasten, zodat het leven dat er is, geleefd kan worden. Niet in plaats van de strijd om tijd, maar naast en soms voorbij die strijd.
Die twee zijn geen concurrenten. Je hebt ze allebei nodig. Maar er is een verschil, en dat verschil is precies waarom ik loop. Want ik weet uit eigen ervaring dat wanneer de kwantiteit niet meer te winnen is, de kwaliteit alles wordt. Dat er dan mensen nodig zijn die er zijn. Iedere keer weer.
Wat we niet moeten laten vallen
Dus dit is wat ik mezelf voorhoud, op weg naar de sponsorloop van 4 oktober.
Als het krap wordt en de wereld naar binnen keert, is de zorg voor de ander het eerste wat onder druk komt te staan. En het is precies het laatste wat we zouden moeten laten vallen. Want een samenleving is geen optelsom van mensen die ieder voor zich hun eigen huis bewaken. Het is wat er gebeurt op het moment dat iemand omvalt, en een ander blijft staan om hem op te vangen.
Welvaart kun je verliezen. Welzijn, het echt gericht zijn op elkaar, is wat overblijft als het erop aankomt. Daar loop ik voor. Voor de gezinnen die het nodig hebben, en voor het idee dat we, ook in schrale tijden, elkaar niet loslaten.
Opdagen en er zijn maakt het verschil. Voor Steef gold het, voor mij en mijn gezin gold het. En voor deze gezinnen geldt het. Op 4 oktober sta ik aan de start.
Maar eerst nog een even een donatie eindsprint :)
Steun Lerende Leiders - een kop koffie
Reacties (0)
Nog geen reacties. Wees de eerste die zijn mening deelt!