Naschrift bij het drieluik over vakmanschap, AI en de menselijke maat
In drie delen schreef ik over wat AI met mijn vak doet. Dat ik lui word en mijn oordeel verlies. Dat we kwaliteit inruilen voor snelheid. Dat we de ladder weghalen waarlangs de volgende generatie omhoog moest klimmen.
Ik had het niet mis. Maar ik had het ook niet compleet.
Want er is iets dat ik toen nog niet zag, of niet wilde zien. En het is erger dan alles wat ik tot nu toe beschreef.
Wat ons onderscheidt van de machine
Veel mensen doen hun werk niet alleen voor het geld. Ze zijn ergens goed in, ze hebben er iets voor moeten laten, ze hebben keuzes gemaakt die hen precies hier hebben gebracht. En ze geven handen en voeten aan wat het voor hen betekent: met zorg, met eigenzinnigheid, met passie.
Dat is precies wat ons onderscheidt van een machine. Niet dat we het beter kunnen, want dat is steeds vaker niet meer waar. Maar dat het ons iets kán schelen hóé we het doen.
Het resultaat kan een machine leveren. De zorg voor de manier waarop, dat is van ons.
De high van de verwondering
Toen ik AI voor het eerst gebruikte, voelde ik iets dat verdacht veel op passie leek.
Verwondering. Dat het dit kon. Dat het dát kon. Dat ik iets in een uur voor elkaar kreeg waar ik vroeger dagen aan zat. Ik was opgetogen, ik wilde meer, ik zocht op waar de grens lag.
Het voelde als de energie die ik ken van mijn vak op zijn best. En daarom herkende ik niet wat het werkelijk was.
Want verwondering is geen passie. Verwondering is een high. En zoals bij elke high is de kern dat hij van buiten komt en dat hij went. De tweede keer is minder dan de eerste. De tiende is routine. Wat me eerst verbaasde, verwacht ik nu gewoon.
En toen was het weg
Het gekke is: ik heb het niet zien gebeuren.
De verwondering ebde weg, zoals elke high wegebt. Maar toen ik keek wat eronder lag, was daar niet de passie die er altijd was geweest. Die was mee verdwenen. Geruisloos, zonder afscheid, zonder dat ik op enig moment dacht: dit is een verlies.
De passie voor wát ik doe, maar vooral voor hóé ik het doe. Die eigenwijze zorg voor de manier waarop, het polijsten van iets waarvan alleen ik zie dat het beter kan. Dat is stilletjes uit mijn werk verdampt terwijl ik druk was met opgetogen zijn.
Ik heb passie ingeruild voor verwondering, zonder dat iemand mij vroeg of ik akkoord ging. En de verwondering is inmiddels op.
Het radertje
En dan sta je daar. Niet alleen lui, zoals ik in deel 1 schreef. Ook grijs.
Weinig onderscheidend. Een van de velen. Iemand die prompt intikt en output aanneemt, net als de rest. Wat maakt mij dan nog anders dan de volgende die hetzelfde doet, voor de helft van mijn tarief?
Een goedkoop radertje in de machine. Vervangbaar.
En hier sluit de cirkel op de wrangst denkbare manier. Wat mij onvervangbaar maakte, was juist dat ik me druk maakte om het hóé. Precies dát ben ik kwijtgeraakt door de machine te gebruiken. Ik heb mezelf vervangbaar gemaakt voor het ding dat mij vervangt.
Voor de leidinggevende
Als je dit leest en denkt: dat is zijn probleem, hij moet dat zelf maar oplossen, dan wil ik je vragen om nog even te blijven.
Want dit gebeurt op dit moment bij je mensen. Bij precies de mensen die je het liefst hebt: degenen die er warm voor lopen, die te lang doorwerken omdat het nóg beter kan, die je niet hoeft te motiveren.
Die mensen ondergaan nu hetzelfde. Eerst de opwinding, en die zie je: ze zijn enthousiast over wat AI allemaal kan, ze laten het je zien. Dan de gewenning. En dan, ongemerkt, de leegte. Ze leveren nog steeds. Ze doen wat er gevraagd wordt. Maar het kan ze niet meer zoveel schelen hóé.
En dat zie je niet, want de output blijft komen. Sneller zelfs.
Wat je eraan kunt doen
Ik heb geen recept. Wel een paar dingen die volgens mij helpen.
Vraag niet alleen wat je mensen opleveren, maar of ze er nog iets om geven. Dat is een ander gesprek dan een voortgangsgesprek, en het is ongemakkelijk, en het is precies het gesprek dat gevoerd moet worden.
Bewaak dat er werk overblijft waarin het hóé nog telt. Niet alles hoeft door de machine. Als alles wat vakmanschap vraagt is wegbezuinigd, blijft er geen vakman over om te bezuinigen.
En let op de opwinding. Als iemand enthousiast is over AI, is dat mooi. Maar weet dat het een high is, en dat er iets komt na de high. Vraag er over een halfjaar nog eens naar.
Wat er op het spel staat
Ik schreef eerder dat de menselijke maat niet verdwijnt door AI, maar doordat niemand hem verdedigt.
Dit is waar dat begint. Niet in een vergaderkamer, niet in een reorganisatie. Maar bij iemand die op een dinsdagochtend merkt dat het hem eigenlijk niet meer zoveel kan schelen hóé hij het doet.
Zonder alarm. Zonder afscheid.
Gewoon: weg.
Blogserie 'AI en de menselijke maat'
#1 [17-07-2026] Waarom ik dommer word van AI
#2 [24-07-2026] If you pay peanuts (maar de aap komt niet meer terug)
#3 [31-07-2026] De ladder die we weghalen
#proloog [07-08-2026] Grijs worden: hoe AI mijn passie geruisloos meenam
Steun Lerende Leiders - een kop koffie
Reacties (0)
Nog geen reacties. Wees de eerste die zijn mening deelt!