Persoonlijk Leiderschap
Als hard werken hart werken is
In de lunchpauze wandel ik met twee collega’s om een frisse neus te halen. Onderweg vertel ik hen dat ik een stukje wil schrijven over ‘passie’. Een van de twee verslikt zich bijna in haar brood als ze uitroept: ‘Wat een vreselijk woord is dat. Passie! Ik krijg kotsneigingen bij het woord alleen al. Tegenwoordig moet iedereen overal passie voor hebben. Van passie voor paarden tot passie voor punniken. Blèh.’
Lef: in je kracht of in zijn klacht...
Gisteren mocht ik bij een muziektheatervoorstelling aanwezig zijn met de mooie titel: "De mythe (voor coaches, adviseurs en veranderaars)". Het stuk zette op een treffende en respectvolle manier de 'dagelijkse' gang van zaken neer rondom een MT (Management Team) van een financiële instelling.
Binnen de fictieve financiële instelling moest een cultuurveranderingsprogramma uitgevoerd worden dat topprioriteit had van het bestuur... je raadt het al... dat ging natuurlijk niet lukken. Leidinggevenden, programmamanagers, medewerkers hadden allemaal hun beelden bij wat er wanneer moest gebeuren maar vooral wat niet en waarom niet nu.
Wat ik zeer treffend vond weergegeven, was de verstarring van de situatie doordat de hoofdrolspeler het beeld had dat het toch niet verbeterd kon worden. Het effect dat die verstarring had op de organisatie gebruikte hij als rechtvaardiging van zijn eigen handelen (het niet meedoen): het lag immers niet aan hem, dat was wel duidelijk, dus hij hoefde niet te veranderen... starheid roept starheid op en er ontstond een vicieuze cirkel...
Innerlijke criticus en persoonlijk leiderschap
Toen ik de website van de Lerende Leiders ontdekte stuurde ik in een spontane en enthousiaste bui een tweet met de vraag of ik een blog mocht aanleveren. Mijn verlangen naar een community met gelijkgestemden en inspiratie was mijn drijfveer tot deze ondoordachte daad. Deze acties leveren vaak het meeste resultaat op!
Wat gebeurde er direct na het versturen de tweet, allerlei ondermijnende gedachten als ‘wat zullen ze nu wel niet van me denken’, ‘wie wil nou een blog van mij lezen’ en ‘wat stom die actie van me’ namen de overhand. Mijn enthousiasme was omgeslagen in zelftwijfel en mijn stromende energie kreeg de vorm van een dood paard. Toch lees je nu mijn blog en waarschijnlijk is het tot nu toe herkenbaar want deze ‘duivelse’ stemmen hebben we allemaal. Wat zijn die ‘stemmen’ en hoe kun je hier het beste mee omgaan zodat het je leren en het, bijvoorbeeld, schrijven van een blog niet belemmerd.
Wat is "aan het werk zijn" nou eigenlijk?
Het gaat steeds meer en vaker over Het Nieuwe Werken, Tijd en Plaats onafhankelijk werken, de balans tussen werk en privé..... Het kan ook allemaal hetzelfde zijn. Daar gaat het nu even niet om.
Wat ik me afvraag is wat "aan het werk zijn" eigenlijk is. En dat heeft wel degelijk een raakvlak met bovenstaande termen, aangezien er daarbij steeds vanuit gegaan wordt dat je device (laptop, smartphone etc) met je mee gaat en je dus altijd dingen kunt doen.
Maar is werken dan nog steeds alleen productie? Ik bedoel, het kan toch niet zo zijn dat we alleen aan het werk zijn als we e-mails schrijven en beantwoorden? Of telefoontjes plegen? Of druk vergaderen over hoog oplopende doelstellingen?
Functioneer jij wel?
Functioneer je eigenlijk wel? Ja jij, ja. Ik zie je wel gaan elke dag. Licht aandoen 's morgens. Vijf volle minuten op de bedrand zitten staren. Plassen. Wassen. Aankleden, de kleren hingen al klaar. Haastig een broodje happen. Hè, de koffie weer lauw laten worden. Gauw de kinderen een aai over de bol, de kus voor je vrouw is reeds lang geleden wegbezuinigd. De jaspanden wapperen, je had ze nog bijna tussen de deur. Haastig trok je ze mee, anders zou je maar vallen misschien. Dan ben je op weg. Het intro van de dag.
De base-drum volgt al snel. Op het werk dreunt hij het dagelijkse ritme. Eerst weer koffie. De stoel weer in de hoge stand, hij stond nog in de middagstand. Goedemorgen, heb jij ook gesport gisteravond? Mailtjes beantwoorden. Rapportje tikken. Vergaderen. Koffie drinken bij het apparaat. Nog even wat nazoeken. Stiekem even internetten. Met de kleren aan op de WC zitten en twitteren met je mobiel. Daarna terug naar de kamer en nog even wat mailtjes beantwoorden. Hè, hè, dan eerst even lunchen. Tafel links achterin. Een ommetje in het park. Ja, bij mooi weer.
The weeks after
Ken je dat gevoel? Dat de vakantie nog niet zo lang voorbij is en toch al ver weg lijkt. Je mailbox is weer mooi opgeschoond, na de vrije weken. Alle collega’s heb je het handje weer gedrukt en alle verhalen heb je uitgewisseld. De zorgvuldig geconditioneerde bruine verkleuring van de huid neemt al af en je benijdt weer het collegaatje dat standaard een prettig tintje heeft. Je kijkt om je heen en denkt: What’s next?
Herken je dat? Dat je tijdens de vaste tred van de auto naar de ingang opeens een déjà vu-gevoel krijgt en aan jezelf twijfelt of je de vakantie nu wel of niet net hebt gehad. Het gevoel van leegheid, als je na de middagpauze even alleen op je kamer zit en naar buiten staart. In je oren klinkt opeens het ruisen van de zee. Na een slok koffie tijdens de vergadering hoor je nog even de schaterlach van je dochter als een hoge golf over haar heen kletst.